Publicaties

Broodje Papegaai(aap) verhalen


11 Fabeltjes over papegaaien en parkieten

 

 

1. Als het warm is moet je een papegaai niet nat maken/sproeien


Stel je eens voor hoe een papegaai van nature leeft: (meestal) in een oerwoud, met een hoge temperatuur en een zeer hoge luchtvochtigheid. Regelmatig een fikse tropische regenbui op de kop, meestal een zitplaats beschut tussen de takken/bladeren (dus niet in de volle zon) en overdag zo'n graadje of pak 'm beet 40.

Daaruit kun je eigenlijk al concluderen:

- Dat je een papegaai geen plezier doet om hem in de volle brandende zon te zetten. Sterker nog, dat is hartstikke ongezond. In het oerwoud zit de vogel immers ook beschut door takken en bladeren. Op zijn minst moet hij de keuze kunnen maken of hij een zonnestraaltje mee wil pakken of dat hij lekker in de schaduw gaat zitten. Of je laat hem gelijk al in de schaduw staan. Mede afhankelijk van de temperatuur natuurlijk!


- Dat het heel natuurlijk is dat een papegaai regelmatig flink nat wordt! Maar dat het natuurlijk niet de bedoeling is om dit met ijskoud water te doen. Een regenbui in de tropen is écht niet ijskoud, eerder warm. Dat moet je dus zo goed  mogelijk nabootsen, met water dat lauwwarm is wanneer het op je gaaitje neerkomt. Ook lekker zelf laten badderen en flodderen in een schaal met lauw water is een heel goede mogelijkheid. Sommige gaaien vinden dit héérlijk en maken er een compleet waterfeestje van!

- Dat het voor de lichamelijke conditie van een papegaai van groot belang is om in een omgeving te leven met een hoge luchtvochtigheid. Dus je sproeit/douched een papegaai/parkietje niet alleen maar voor zijn verenpak, maar ook voor de slijmvliezen inwendig. Die slijmvliezen hebben luchtvochtigheid nodig om goed te blijven functioneren en om zich goed te kunnen vernieuwen. Dus als je sproeit, doe het dan vooral ook bij kop en krop, want daar zitten die slijmvliezen vooral.

Zeker als het warm is, meerdere keren per dag sproeien! Te vaak kan bijna niet, te weinig wel!

Dus:

 *niet in de volle zon zetten,

 *gebruik geen heel koud water, liever lauwwarm,

 *vaak sproeien, vooral bij kop/krop,

 *badderen kan ook.



2. Kortwieken is zielig, onnatuurlijk en pijnlijk


Zielig is kortwieken zeker niet, eerder integendeel. Als een vogel gekortwiekt is, kan hij immers heerlijk met zijn mensen mee naar buiten. Mee op visite, mee in de tuin, mee naar de bbq bij de buren, mee naar het schoolplein, mee naar het tuincentrum, mee naar de speelplaats, mee de honden uitlaten, mee naar een papegaaienwandeldag, enz. Dat is voor een papegaai het heerlijkste wat kan gebeuren. Dus noem dat maar eens zielig!

Zielig is een papegaai of parkiet die door zijn baasje niet uit zijn kooi wordt gelaten, omdat hij bang is dat de vogel door de open deur buiten vliegt of dat de vogel zich te pletter vliegt tegen het raam. Zielig, superzielig, is een papegaai/parkiet, die nooit buiten lomt en alles daar in die wondermooie buitenwereld niet kan zien/horen/ruiken/beleven .

Kortwieken en dan op een verantwoorde  manier je papegaai of parkiet mee naar buiten nemen, komt zowel de geestelijke als de lichamelijke gezondheid van je vogel héél erg ten goede! Niks zielig dus!

Onnatuurlijk is een betrekkelijk begrip. Want wat is de natuurlijke omgeving van een papegaai, van onze papegaai? Toegegeven, in de natuurlijke leefomgeving is het kunnen vliegen voor een papegaai van levensbelang. Immers, zo komt hij aan zijn eten, aan zijn drinken en kan hij aan zijn vijanden ontkomen. Huiskamerpapegaaien
en -parkietjes leiden natuurlijk een heel ander leven! Ze wonen in een veilige omgeving vrijwel zonder natuurlijke vijanden en voor hun natje en droogje wordt gezorgd. Dus waarom zouden ze nog moeten vliegen? De rondjes die een papegaai in onze huiskamers kunnen vliegen, brengen nogal wat risico's met zich mee (tegen het raam vliegen en zo) en zijn hartstikke frustrerend, want véél te klein! Dus onnatuurlijk? Nee hoor, echt niet!

Pijnlijk is nagels knippen of lekker bij de kapper zitten toch ook niet? Nou, dan is kortwieken ook niet pijnlijk, want de vogel voelt er helemaal niks van. Gewoon een stukje van de vleugelpennen afknippen, op een verantwoorde en juiste manier, en regelmatig bijhouden, dat is alles!

In zo'n klein stukje kan natuurlijk niet alles wat er over kortwieken te vertellen valt aan de orde komen. Wil je nog meer weten hierover, kijk dan eens onder publicaties bij Verzorging: gedrag en opvoeding.  

 

Ga nooit zelf voor de eerste keer kortwieken, laat dit door een deskundig iemand doen!

 


3. Tocht is levensgevaarlijk voor een papegaai


Ook in de natuurlijke leefomgeving van een papegaai staan er soms flinke briesjes. Ooit gehoord dat ze daarvan ziek werden of zelfs dood van gingen? Gelukkig niet!

Tocht op zichzelf kan geen kwaad voor een papegaai. Nog nooit heb ik in mijn praktijk een papegaai gehad die ziek was geworden door tocht of er zelfs aan overleden is. Wel zijn er véle andere oorzaken voor ernstige ziektes of overlijden: jarenlang slecht voer, een slechte
verzorging, nooit zonlicht of buitenlucht. Maar tocht hoort niet bij die levensbedreigende oorzaken!'

Dus, lekker de ramen en deuren open met mooi weer en je papegaai vooral vaaaaaak mee naar buiten nemen!!

Even voor alle zekerheid: een snerpend koude wind in de winter is natuurlijk een ander verhaal. Ook dan is het van levensbelang om je gaai (bijna) iedere dag even mee naar buiten te nemen. Maar het is natuurlijk een kwestie van je gezonde verstand gebruiken om het dier niet urenlang onbeschermd aan een harde ijskoude wind bloot te stellen!
Maar dat heeft dus niets met 'tocht' te maken! Houdt rekening met geplukte dieren en oudere dieren

 


4. Je kunt je papegaai makkelijk op de schouder meenemen.  

 

Het lijkt zo voor de hand liggend, om je papegaai op die manier te vervoeren: het dier klimt bijna als vanzelf omhoog, en maakt het zich op je schouder gemakkelijk. Soms gaat hij daar zelfs zitten slapen. Hij blijft daar ook fijn zitten: gemakkelijk als je loopt, fietst of stofzuigt, en je hebt altijd twee handen vrij.

 

Dit is een grote denkfout! Je papegaai klimt omhoog, omdat een onzekere papegaai altijd het hoogste punt opzoekt. Hij gaat niet op jouw schouder zitten uit genegenheid of uit 'dominantie', maar meer omdat hij jou als een object ziet, wat het hem gemakkelijk maakt zijn omgeving te overzien. Hij zal daarom van die positie absoluut niet zekerder worden. Integendeel, een papegaai die onzeker is, kan bijten. In dit geval zijn dan schouder, wang of oor van de eigenaar het dichtstbij en dus het doelwit. Iemand die zijn papegaai op de schouder laat plaatsnemen, loopt daarom de kans dat hijzelf of zijn huisgenoten door de onzekere papegaai gebeten worden.  Niet voor niets wordt er wel eens een grapje gemaakt over piraten die immers standaard een papegaai op hun schouder meedroegen: weet je waarom die allemaal een ooglapje dragen?

 

Valkeniers werken al vele duizenden jaren met hun vogels op de hand, omdat ze vanuit die positie controle kunnen uitoefenen op de vogel. Ooit een valkenier met een roofvogel op de schouder gezien?  Waarom zouden wij het dan wel met onze papegaaien doen?

 

Met de papegaai of parkiet op de hand kunnen wij altijd controle op de vogel uitoefenen. Als er bijvoorbeeld een hond naar ons opspringt, kunnen wij de hond corrigeren, en ons lichaam tussen de hond en de papegaai draaien. Zit de papegaai op de hand of op een opstaptouw, en wil hij van de hand springen omdat hij ergens van schrikt, dan is het vaak mogelijk om een vinger op de tenen van de papegaai te leggen. Als dat niet mogelijk is, dan kun je vanuit deze positie ook beter de papegaai afleiden, bijvoorbeeld door hem een voorwerp voor te houden. Op die manier ziet de vogel dat wij de zaak onder controle hebben, zal hij respect voor ons krijgen en zich zelf daardoor ook zekerder voelen

 

Dus: géén papegaai op de schouder, dat maakt hem onzeker(der). Lekker op de hand of het opstaptouw!

 

 

5. Je kunt het beste een papegaai zo jong mogelijk aanschaffen, omdat ze dan het gemakkelijkste tam worden.  

 

Om maar met de deur in huis te vallen: iedere papegaai, van welke leeftijd dan ook, kan met de juiste manier van omgaan tam worden. Iedereen die het gedragsprotocol op de goede manier toepast, zal in zijn papegaai een volledig lid van het gezin vinden, een vriend voor het leven.

Een papegaai die te vroeg bij de ouders weggaat, of ze zelfs helemaal niet ziet omdat hij in de broedmachine wordt uitgebroed, mist een belangrijk stuk van de socialisatie die hem in staat stelt spannende situaties met succes te doorstaan.

 

Als een papegaai bij de ouders blijft totdat hij zelfstandig kan eten en zelfs al uitgevlogen is ( het aantal weken verschilt per soort!) heeft dit gunstig effect op zijn ontwikkeling tot stabiele papegaai.

 

Een papegaai is geen gedomesticeerd dier, zoals een hond. Hij is dus niet op karakter gefokt, en zal van zijn ouders moeten leren hoe hij met stressituaties om moet gaan. Zijn ouders leren hem op zeker moment af, dat hij om eten schreeuwt. Zijn ouders leren hem ook vliegen, wat weer goed is voor de spierontwikkeling.

 

Een babypapegaai met de hand grootbrengen, is een zeer specialistisch karweitje. Er zijn kwekers die dit heel graag en met liefde doen, en deze mensen hebben mede hierdoor deze hobby gekozen.Ten eerste gaat er nogal eens wat mis met het grootbrengen met de hand. Pap van een verkeerde temperatuur, met kropverbranding als gevolg. Of onvoldoende hygi�ne, wat infecties in de hand werkt, kropverzuring of schimmelvorming met alle gevolgen van dien.

 

Gaat het wel goed, dan leert het diertje de mens kennen als een soort adoptie-ouder, en zal hij zich net zo tegen 'zijn' mens net zo gedragen als tegenover zijn papegaaienpapa en -mama. Maar wij als mensen missen vaak het natuurlijke vermogen van de papegaaienouders om het jonge gaaitje goed op te voeden.

 

Als gevolg daarvan, kan het zijn dat de baby-roep overgaat in schreeuwgedrag, in manipuleren van de mens. Het diertje mist de socialisatie met soortgenoten, en zal zich dientengevolge onzeker voelen. Hij heeft de drang om te poetsen, maar heeft niet geleerd om dat correct te doen. Als gevolg hiervan kan hij gaan plukken.Hij leert hierbij wel hoe hij de eigenaar kan manipuleren, want die reageert op het plukgedrag. Omdat hij onzeker is, kan hij op zeker moment ook gaan bijten. Een soortgenoot zal van nature op de goede manier reageren, maar veel mensen reageren op de verkeerde manier, door een schrikreactie. De onzekere papegaai krijgt het gevoel dat hij de situatie onder controle heeft en wordt zo gestimuleerd zijn gedrag te herhalen.

 

Babypapegaaien, waarvan velen op een massale manier in de broedmachine zijn uitgebroed, met de hand grootgebracht en in de handel terechtkomen, lopen de kans in ruimten te komen, die wordt gedeeld met vele andere soorten vogels. Onder andere parkietensoorten.

 

Veel van deze soorten, met name agapornissen en halsbandparkieten, kunnen drager zijn van een voor papegaaien levensgevaarlijke ziekte, PBFD, veroorzaakt door het Circovirus. De ziekte wordt overgebracht door het virus, dat vrij in de ruimte zweeft, en is levensbedreigend voor jonge papegaaien. Oudere dieren kunnen ook besmet worden, maar overlijden er niet altijd aan. Er zijn nog meer besmettelijke ziekten: Polyoma en KDS zijn de belangrijkste. Helaas bedienen veel dierenwinkels zich van massale papegaaienkwekerijen, zodat de kans aanwezig is dat de in een dierenwinkel gekochte babypapegaai binnen afzienbare tijd komt te overlijden.

 

Nog veel erger is het, dat veel grote bedrijven adverteren met 'papegaai op afbetaling' of garantieregelingen, waarbij na onderzoek (bij de eigen dierenarts van het bedrijf) de overleden vogel geruild kan worden voor een nieuwe babygaai. Dat deze net zoveel kans heeft voortijdig te overlijden moge duidelijk zijn!

 

Als iemand met alle geweld een jonge papegaai wil, die nog geen nare ervaringen heeft opgedaan, en die geen ongewenst gedrag moet afleren, kan hij het beste naar een kweker gaan, die de dieren lang genoeg bij de ouders laat, om zich tot een stabiele vogel te ontwikkelen. Een verantwoordelijke kweker gaat zelf ook op een goede manier met zijn dieren om, en zal zijn klant zeker stimuleren om hetzelfde te doen.

 

Een verantwoordelijke nieuwe eigenaar zal zich van tevoren uitgebreid informeren over de aan te schaffen papegaai, en zeker bereid zijn om op een goede manier met het dier om te gaan. Een verantwoordelijke papegaaienhouder zal zeker bereid zijn om naar zijn eigen gedrag te kijken, en zal ook openstaan voor adviezen van de behandelend vogelarts. Voor degenen, die zich zeker genoeg voelen, is er een groot aantal papegaaien dat om de één of andere reden op zoek is naar een nieuw tehuis.

 

Papegaaien kunnen zo oud worden, dat de meeste hun eigenaar overleven. Het is dan ook net zo leuk, om een oudere papegaai een nieuw leven te geven, als de opvoeding van een jong dier. Misschien zelfs nog leuker, omdat niet alle papegaaien een prettig leven hebben gehad bij hun oude baas. Het geeft minstens zoveel voldoening een oude grijze roodstaart, waarvan je weet dat die vele tientallen jaren in een kale kooi heeft doorgebracht, enthousiast te zien kopje duikelen tussen de klimtouwen of met volle overgave een wilgentak te zien slopen.

 

Het fabeltje dat je papegaaien zo jong mogelijk moet aanschaffen, houdt eigenlijk alleen maar de malafide handel in babypapegaaien in stand, waardoor zeer vele gaaien vroegtijdig overlijden of met ernstige gedragsproblemen gedumpt worden.

 

 

6. Papegaaien, met name grijze roodstaarten, zijn éénkennig en hebben vaak voorkeur of voor mannen, of voor vrouwen. Daaraan kun je ook zien of de papegaai een man of een pop is.

Papegaaien zijn groepsdieren, en leven in grotere of kleinere groepen, omdat hen dat voordeel oplevert. Het zijn namelijk ook prooidieren. Je kunt dat zien aan het feit dat de ogen zijwaarts gericht staan, wat ze een gezichtsveld van 360 graden oplevert. Ze zijn in staat om hele kleine bewegingen waar te nemen en dus van alle kanten roofdieren op te
merken. In een groep papegaaien zul je zien dat de onzekerste de meest alerte is, en die gaat bovenin de boom zitten om roofdieren te 'spotten', maar ook om deze plek te verdedigen. De rest van de groep profiteert van deze 'uitkijkpost!'. Samen sterk! 

Een papegaai, ook onze handtamme huiskamergaai, is in feite nog een wild dier. Het is niet gedomesticeerd, dus niet gefokt op eigenschappen die hem geschikt maken in onze maatschappij te leven. Instincten zijn dus nog van het grootste belang voor een papegaai of parkiet. 
De papegaai zal dan ook de blik van een mens die, net als een roofdier, de ogen naar voren gericht heeft, instinctief associeren met de blik van een roofdier, en daar onzeker van worden.

 

Dat geldt ook voor een hand die uitgestrekt wordt. Een onzekere papegaai, die niet op een respectvolle manier wordt benaderd en opgevoed, zoekt het hoogste punt op, en klimt bijna als vanzelf naar de schouder van de baas. 
Daarvandaan kan hij de omgeving overzien. Hij zit daar dus niet uit genegenheid voor de baas. Hij heeft zelfs geen respect voor de baas, want maar al te vaak gebeurt het dat de papegaai op de schouder uithaalt naar oor of wang van de baas als hij zich onzeker voelt. Net zoals hij in een boomtak zou doen. Dit gedrag is onzekerheid, en géén 'eenkennigheid' of 'dominantie' zoals het wel vaak wordt geinterpreteerd.

 

Het begrip éénkennigheid suggereert een band tussen baas en papegaai, een vorm van genegenheid en/of respect. Daar is echter bij een onzekere papegaai, die zich gedraagt zoals hier omschreven, geen sprake van. Eerder integendeel!

Wel kan het voorkomen, dat de papegaai, bij gebrek aan soortgenoten, zijn baas als partner gaat beschouwen. Het maakt dan helemaal niets uit of de baas mannelijk of vrouwelijk is, of dat de gaai mannelijk of vrouwelijk is. Zo kieskeurig zijn ze niet. Als de papegaai (v/m) zijn baas (v/m) als partner gaat beschouwen, zal hij zich defensief gaan opstellen tegenover anderen. En ja, dat is wel een vorm van éénkennigheid. Maar nee, dat komt niet door de aard van het dier, maar door de verkeerde omgang ermee.

Dit 'partnerschap' kan ontstaan wanneer je je papegaai knuffelt, hem uit je mond laat eten of warm voedsel geeft. Dit zijn dingen die koppels papegaaien ook bij de partner doen: poetsen, kokken en uit elkaars snavel eten. Je merkt dan, dat je papegaai dus ook zelf voedsel begint op te geven voor jou (kokken). Is je gaai een popje, dan kan haar hormoonhuishouding hierdoor gestimuleerd worden, en kan ze eieren gaan leggen. Uiteraard is dit iets, wat veel energie kost, en heel slecht is voor de conditie van het dier. Is je papegaai een man, en dit geldt dan vooral voor kaketoes, dan kan hij zijn cloaca uit gaan stulpen, en in een enkel geval moet hij daar dan aan geopereerd worden. Dus probeer te voorkomen dat je papegaai jou als partner gaat zien!

Je kunt 'éénkennigheid' voorkomen door ten eerste je papegaai niet op je schouder te laten, ten tweede lekker veel met hem doen, van alles te laten zien en beleven, en hem ten derde ook bij anderen op te laten stappen. Die anderen moeten dan wel bekend zijn met de juiste manier van benaderen van papegaaien, volgens het gedragsprotocol! Natuurlijk heeft je papegaai, net als wij mensen, zijn voorkeuren voor of zelfs antipathie tegen bepaalde mensen. Maar met een goede omgang, en vooral het hanteren van het gedragsprotocol, wordt elke papegaai een sociaal dier. En zo hoort het ook! En het voorkomen van partnerschap doe je door je papegaai niet te knuffelen, en op het moment dat je sexueel getint gedrag bij hem ziet, hem af te leiden met behulp van het gedragsprotocol.

En natuurlijk, het belangrijkste: ga naar een gedragsconsult, bij een gedragsdeskundige die precies ziet hoe het met jou, je gaai en je huisgenoten gesteld is.

 

 

7. Bij papegaaien horen pelpinda's en zonnebloempitten, dat is het beste papegaaienvoer.

 

Integendeel, inmiddels is al jarenlang bekend dat dit het slechtste en ongezondste papegaaienvoedsel is dat er bestaat. 

 

Zonnebloempitten zijn véél te vet voor je papegaai en staan bovendien bol van de landbouwgiffen die erop zijn gespoten. Op den duur worden de organen van de papegaai en het parkietje daardoor ernstig en onherstelbaar aangetast. Dat zie je niet aan de buitenkant, maar is bij oudere papegaaien overduidelijk te constateren door een vogelarts. Die organen herstellen zich niet meer ... Blijvende ernstige, zelfs levensbedreigende, schade dus! Vergelijk het met een frietje/patatje voor een kind. Dat vinden de meeste kinderen wel erg lekker, maar je geeft het natuurlijk niet iedere dag, week in week uit, jaar in jaar uit! Er zou het kind waarschijnlijk geen lang leven beschoren zijn ....

 

Er mag best wel eens een enkel keertje één zonnebloempitje aan je gaaitje gegeven worden. Maar dan wel een biologische, dus zonder bestrijdingsmiddelen, te koop in de natuurwinkel! En niet als hoofdvoedsel, maar als extraatje, als beloning voor gewenst gedrag. Vergelijk het met een lollie voor een zoet kind: niet gezond, maar wél lekker!

 

Pelpinda's waren vroeger - helaas - hét voer voor papegaaien. In de dop van pelpinda's kunnen schimmels voorkomen, die ronduit dodelijk zijn voor je papegaai! Voor mensen zijn ze niet schadelijk overigens, maar voor papegaaien met hun heel andere stofwisseling wel! Niet geven dus, NOOIT!!

 

 

8. Alles wat in de dierenwinkel voor papegaaien wordt verkocht, is d�s geschikt en veilig voor papegaaien. Anders zouden ze het daar toch niet verkopen?

Het papegaaienvoer, eivoer, krachtvoer, snoepstaven, trosgierst, en alle andere papegaaienvoer en -snoepgoed dat in de reguliere dierenwinkel wordt verkocht, is niet goed voor je gaaitje. Het is onvolledig, éénzijdig en bestaat uit zaden die rijkelijk bespoten zijn met insecticiden en landbouwgifstoffen.

Een véél beter menu voor je papegaai of parkiet bestaat uit Harrison's Bird Foods (HBF)pellets (alleen verkrijgbaar bij de dierenarts), aangevuld met noten (géén pelpinda's), groente (géén avocado), fruit en de Juvenile en Recovery dieeten van HBF.Overigens geef je, naast de dagelijkse twee porties HBF pellets, niet meer dan 10 tot 15% van de voedingsbehoefte aan extraatjes! En dan liefst nog alleen maar als beloning voor gewenst gedrag dat je papegaai/parkietje laat zien!

Ook het 'papegaaienspeelgoed' dat in de dierenwinkel wordt verkocht, is vaak onveilig of ongezond voor je papegaai of parkietje, dus ongeschikt voor hem . Touwen zijn van katoen dat niet verteerd kan worden als je gaai het onverhoopt naar binnen krijgt. Die touwen zijn bovendien gebleekt of op een andere manier chemisch bewerkt, gebruikte verfstoffen zijn niet gifvrij, ophanghaakjes zijn niet van roestvrijstaal maar van metalen die gaan roesten, er zijn kleine onderdelen gebruikt die de gaai er zo af kan slopen... Kortom, onveilig en totaal ongeschikt als speelgoed voor een papegaai, terwijl het wel onder die noemer verkocht wordt .

Wil je je papegaai of parkiet met een veilig speeltje verwennen? Kijk dan eens naar kinderspeelgoed! Daarvoor zijn in  ieder geval geen giftige verfstoffen gebruikt en het is ook 'peuterbestendig', dus zelfs een gaai zal niet zo gauw een onderdeeltje eraf kunnen peuteren! Op een rommelmarkt is meestal heel veel te vinden!

Wil je je papegaai een touwschommel of zoiets geven, let er dan op dat het sisal- of henneptouw is. Mits onbewerkt, kunnen die touwsoorten geen kwaad voor je papegaai.

En ook op een lekkere tak knagen ze graag. Neem onbespoten hout van fruitbomen, wilg (geen treurwilg,) berk, of vlier. Dat is pas écht papegaaienspeelgoed!



9. Het is goed om je papegaai twee keer per jaar te ontwormen, voor de zekerheid, dus preventief.




De belangrijkste wormbesmettingen waar we mee te maken hebben in de vogelgeneeskunde worden veroorzaakt door spoelwormen, haarwormen en lintwormen. Alle vogelsoorten kunnen besmet raken en problemen krijgen door wormbesmettingen. Het is bekend dat sommige soorten extra gevoelig zijn voor wormbesmettingen.

De verspreiding van spoel- en haarwormen verloopt via de eitjes in de ontlasting. Als de omstandigheden gunstig zijn, ontwikkelen deze eitjes zich vervolgens in de omgeving en worden 'besmettelijk'. Deze eitjes kunnen langdurig in de omgeving overleven. De eitjes kunnen via zwevend stof worden verspreid en overal terecht komen.

Spoelwormen zijn met het blote oog zichtbaar als het gaat om volwassen wormen. De wormen komen met de ontlasting naar buiten na een wormkuur. De larven van spoelwormen kunnen heel klein zijn en nauwelijks zichtbaar met het blote oog.

Haarwormen zijn met het blote oog zeer moeilijk te onderscheiden. Ze zijn dunner dan een haar.

De eitjes van wormen kunnen alleen met behulp van een microscoop worden aangetoond.

Lintwormen spelen nauwelijks een rol. Lintwormen zijn zeer soortspecifiek bij vogels en kunnen alleen via importvogels binnenkomen. De verspreiding van
lintwormbesmettingen verloopt via een 'tussengastheer' (N.B. bij honden en katten is dit bijvoorbeeld de vlo!, toelichting van Dorith). De tussengastheer van de lintwormen bij papegaaien en parkieten komt in Nederland niet voor.

Bij parkieten en papegaaien wordt in het algemeen ten onrechte
geadviseerd om domweg 2 x per jaar te behandelen tegen wormen. De realiteit is dat papegaaien en parkieten bijna nooit besmet zijn met wormen. Ook de meeste bestanden (dus meerdere parkieten of papegaaien bij elkaar) zijn niet besmet. Een behandeling tegen wormen heeft alleen zin als er een besmetting
aanwezig is. Wormbehandelingen hebben geen preventieve werking.
Enkele keren per jaar een controle van de ontlasting van vogels uit een bestand is verstandiger en beter voor de vogels dan steeds behandelen terwijl er geen wormbesmetting aanwezig is!

Conclusie:

Als er géén besmetting aanwezig is, is 2 x per jaar ontwormen te vaak en zinloos, want heeft geen preventieve werking.

Als er wel een besmetting aanwezig is, is 2 x per jaar ontwormen veel te weinig.

 

 

10. Eéns een probleempapegaai, altijd een probleempapegaai

 

Het gedrag van een papegaai hangt héél nauw samen met de aanpak, de benadering  door de  eigenaar.Het gedrag van een papegaai wordt bijna volledig bepaald door de manier waarop de eigenaar met zijn vogel omgaat. Aan opvangpapegaaien die Stichting de Moderne Papegaai binnenkrijgt, is dat héél duidelijk te zien. Vaak zijn dat gaaien met een gedragsprobleem: bijten, schreeuwen, éénkennigheid c.q. partnergedrag, angst, komen vaak voor.

 

En toch .... kunnen papegaaien héél snel van dat probleem af zijn! Ook wanneer ze dit gedrag al jaren laten zien, ook wanneer het lijkt alsof er niets is veranderd. Maar dat is wel degelijk zo.


De aanpak van de eigenaar, de houding naar de papegaai toe, het respect waarmee de gaai wordt benaderd, het feit dat niet de gaai maar de baas het initiatief ergens toe neemt, dit zijn de cruciale faktoren die bepalen of een gaai een 'probleemgaai' is of niet! En niet zijn verleden, niet zijn eventuele traumatische ervaringen, zelfs niet het succes dat de gaai jarenlang gehad heeft met zijn wangedrag. Nee, de baas en niemand anders heeft het gedrag van de gaai in de hand! Dat is lastig, want dan moet je jezelf corrigeren als je gaai probleemgedrag vertoont. Maar ook is het fijn, want dat betekent dat er aan probleemgedrag alles te doen is!

 

Daarom is het zo van wezenlijk belang om eventueel partnergedrag, of onzeker, bijterig, angstig, schreeuwerig, gedrag te doorbreken! Daarom is het zo belangrijk dat je je verdiept in het gedrag van een papegaai, dat je weet dat je te maken hebt met een hoogintelligent dier, dat je bereid bent om je te ontwikkelen op het gebied van papegaaienkennis!

 

'Probleempapegaaien' bestaan niet. Wél bestaan er eigenaren die de papegaai niet op de juiste manier benaderen en daardoor ongewenst gedrag bij de gaai veroorzaken. Gelukkig valt daar wat aan te doen!



11. Als het koud is buiten, moet je je papegaai niet meer mee naar buiten nemen. Het is een tropische vogel en die  kan niet tegen kou.

Ook in de herst en de winter moet je papegaai of parkietje haar/zijn dagelijkse dosis daglicht en frisse lucht hebben! Een papegaai die goed in de veren zit, heeft een heerlijk warme donzen jas aan. Daar kunnen wij jaloers op zijn!

Vogels moeten zo vaak mogelijk de gelegenheid hebben om buiten te zijn. Zonlicht is een essentieel onderdeel van welzijn en gezondheid. Het is bekend dat mensen ernstige psychologische problemen kunnen krijgen door een gebrek aan zonlicht. Waarom zou dit bij een hoog-intelligent dier als een papegaai anders zijn? Het is bekend dat een gebrek aan zonlicht een oorzaak kan zijn van ernstige gezondheidsproblemen. De bekendste aandoening betreft ontwikkelingsproblemen van de botaanmaak en gewrichtsproblemen (rachitis). Zonlicht is onder andere van belang voor de aanmaak van vitamine D door de papegaai. Vitamine D speelt een belangrijke rol in de botstofwisseling.

Natuurlijk ben je met een plukkende papegaai, een baby of een hele oude, extra voorzichtig. Desnoods wikkel je zo'n ietsje zwakkere broeder/zuster in een handdoekje. Maar ... wel naar buiten met 'm! En natuurlijk ga je geen uren met je papegaai naar buiten als het -20 graden is met een snijdende oostenwind. Maar, eerlijk is eerlijk, dan ben je zelf ook maar liever binnen! Papegaaien vinden sneeuw leuk!


Dus: ook in de herst en winter lekker elke dag naar buiten met je
papegaai en parkiet. Dat is essentieel voor zijn lichamelijk en
geestelijk welzijn! 


Share our website

Like Stichting de Moderne Papegaai

Quicklinks

Facebook